Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-1 ‘Brasserij’
  • Brasserij

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Brasserij
  • Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vergelijkbare artikelen
  • Brasserijen
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Carnavalsvieringen — Juist of onjuist?
    Ontwaakt! 1996
  • ’De werken van het vlees zijn brasserijen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Vreugde
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 1
it-1 ‘Brasserij’

BRASSERIJ

Het Griekse woord koʹmos, dat met „brasserij” wordt vertaald, komt driemaal in de christelijke Griekse Geschriften voor, en altijd in negatieve of ongunstige zin. Joseph Thayers Greek-English Lexicon of the New Testament zet uiteen dat het woord in oude Griekse geschriften betrekking had op „een nachtelijke, teugelloze optocht van halfdronken en vrolijke jonge mannen die na het avondeten met fakkels en muziek ter ere van Bacchus of een andere godheid [of een overwinnaar in de spelen] door de straten trekken en voor de huizen van hun vrienden en vriendinnen zingen en muziek maken” (1889, blz. 367). Zulk losbandig en onmatig gedrag, met straatoptochten die veel weg hadden van de hedendaagse carnavalsvieringen in bepaalde landen, kwam ten tijde van de apostelen in Griekse steden algemeen voor. Waarschuwende raad hieromtrent was dus passend en heilzaam voor ware aanbidders.

Brasserijen zijn beslist niet betamelijk voor christenen en worden door Gods Woord veroordeeld. Sommigen van degenen aan wie Petrus zijn brief schreef, die gericht was aan inwoners van de onder Griekse invloed staande provincies in Klein-Azië (1Pe 1:1), hadden zich voordat zij christenen werden, overgegeven „aan daden van losbandig gedrag, wellusten, overdaad van wijn, brasserijen, drinkpartijen en onwettige afgoderijen”. Maar toen zij christenen werden, braken zij met dergelijke praktijken (1Pe 4:3, 4). Aangezien brasserijen gepaard gingen met schaamteloze wellust en liederlijkheid, waren ze „werken die tot de duisternis behoren”, waarin christenen niet wilden wandelen. — Ro 13:12-14.

De bijbel is niet tegen vreugde en plezier. Er wordt gezegd dat de mens zich in zijn Schepper moet verheugen, dat de man zich in zijn vrouw moet verheugen, de werker in het werk van zijn handen en de boer in de vrucht van zijn arbeid (Ps 32:11; Sp 5:18; Pr 3:22; De 26:10, 11). Eten en drinken kan tot vreugde bijdragen (Pr 9:7; Ps 104:15), maar matigheid dient altijd de boventoon te voeren (Sp 23:20; 1Ti 3:2, 11; 1Kor 10:31). Feestvreugde kan in brasserijen ontaarden en tot uitspattingen en losbandigheid leiden wanneer er te veel gedronken wordt. Paulus rekende brasserijen tot „de werken van het vlees” en zei dat degenen die zich daaraan overgaven, ’Gods koninkrijk niet zouden beërven’. — Ga 5:19-21.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen