Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Spreekwoord, spreuk’
  • Spreekwoord, spreuk

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Spreekwoord, spreuk
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Spreekwoord, spreuk
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Inhoud Numeri
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel
  • Inhoud Numeri
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
  • Kajin
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Spreekwoord, spreuk’

SPREEKWOORD, SPREUK

Men neemt algemeen aan dat de Hebreeuwse uitdrukking die met „spreekwoord” of „spreuk” (ma·sjalʹ) is vertaald, afgeleid is van een grondwoord dat „gelijk zijn” of „vergelijkbaar zijn” (Ps 49:12) betekent, en veel spreekwoorden bevatten inderdaad gelijkenissen of vergelijkingen. Enkele geleerden leggen verband tussen de uitdrukking „spreekwoord” en het Hebreeuwse werkwoord dat „heersen” betekent; de term kon soms dus opgevat worden als het woord van een heerser, een gezaghebbende uitspraak of een bijzonder scherpzinnige uitspraak. Deze zienswijze stemt overeen met het feit dat koning Salomo, die bekendstond om zijn wijsheid, 3000 spreuken kon spreken, waarvan hij er ook heel wat optekende. — 1Kon 4:32.

Onder de Israëlieten bestonden heel wat populaire of veelgebezigde uitdrukkingen die zeer betekenisvol waren omdat ze ontleend waren aan hun levensomstandigheden. Deze spreekwoorden werden gewoonlijk kernachtig weergegeven (1Sa 10:12). Ze brachten echter niet altijd de juiste zienswijze tot uitdrukking, en tegen enkele verzette Jehovah zich zelfs uitdrukkelijk. — Ez 12:22, 23; 18:2, 3.

Enkele spreuken werden algemene zegswijzen waarmee men bepaalde personen bespotte of belachelijk maakte (Hab 2:6). In zulke gevallen werd zelfs het voorwerp van de spot — of het nu om een persoon of om een levenloos ding ging — als een „spreekwoord” aangeduid. Zo werden de Israëlieten gewaarschuwd dat zij en hun tempel tot een spreekwoord onder de natiën zouden worden als zij niet naar Jehovah luisterden en zijn geboden niet gehoorzaamden (De 28:15, 37; 1Kon 9:7; 2Kr 7:20). Hoe men een natie bezag die tot een spreekwoord was geworden, blijkt duidelijk uit de ermee verband houdende uitdrukkingen in de bijbel, die laten zien dat Israël een smaad zou worden, een voorwerp van bespotting, van beschimping, van vernedering en hoon (Ps 44:13-15; Jer 24:9). Afzonderlijke personen die tot een spreekwoord waren geworden, werden het onderwerp van de liedjes der drinkers van bedwelmende drank, en zij werden iemand die men in het gezicht spuwde (Ps 69:11, 12; Job 17:6). Wie tot een spreekwoord werd, ervoer dus een diepe vernedering.

Niet alle spreuken werden in een of twee korte, kernachtige zinnen weergegeven. In Jesaja hoofdstuk 14 is een omvangrijkere spreuk opgetekend, die op aanschouwelijke wijze en met treffende vergelijkingen de rampzalige gevolgen van de trots van de koning van Babylon beschrijft. Met bijtend sarcasme wordt degene die voorgaf de „schijnende, zoon des dageraads”, te zijn, met spot overladen.

Een spreekwoord waarbij de gelijkenis of vergelijking aanvankelijk wat duister of raadselachtig scheen, kon ook als een raadsel worden aangeduid (Ps 78:2). Dat gold voor datgene wat Ezechiël onder inspiratie aan Israël moest vertellen en waarin hij de handelwijze van de natie tegenover Babylon en Egypte vergeleek met een door een arend geplante wijnstok die zich later hongerig naar een andere arend uitstrekte. — Ez 17:2-18.

Sommige spreukachtige redes, zoals die van Job, werden in poëtische stijl opgetekend (Job 27:1; 29:1). De gedachten die Job onder inspiratie uitte, werden niet in de voor de meeste spreuken of spreekwoorden karakteristieke bondige stijl opgetekend, maar werden in de vorm gegoten van uiterst leerzame gedichten vol zinnebeeldige uitdrukkingen.

God bracht ook Bileam ertoe een reeks spreukachtige redes te uiten die eveneens in poëtische vorm werden opgetekend (Nu 23:7, 18; 24:3, 15, 20, 21, 23). In plaats van Israël in deze spreukachtige redes tot een voorwerp van spot te maken, ’zegende’ Bileam „hen tot het uiterste”, hoewel hij andere volken onheil aankondigde (Nu 23:11). Bileams uitspraken werden niet als spreukachtige redes aangemerkt omdat ze spreekwoordelijke zegswijzen werden, en ook niet omdat het kernachtige uitspraken waren die levenswijsheden inhielden. Zijn uitspraken worden veeleer zo genoemd omdat de inhoud krachtig en rijk aan betekenis was en omdat hij in sommige van zijn uitspraken gebruik maakte van diverse gelijkenissen of vergelijkingen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen