PNIËL
(Pni̱ël).
De plaats bij de doorwaadbare plaats van de Jabbok waar Jakob met een engel worstelde; bijgevolg gaf Jakob er de naam Pniël aan, omdat hij daar ’God van aangezicht tot aangezicht had gezien’ (Ge 32:22-31). Pniël is identiek met Pnuël. — Zie PNUËL nr. 3.