PALTIET
(Palti̱e̱t) [Van (behorend tot) Beth-Pelet; of: Van (behorend tot) het huis van Pelet].
Een uitdrukking die wordt gebezigd in verband met Helez, een van Davids sterke mannen. Men neemt over het algemeen aan dat personen uit Beth-Pelet als Paltieten werden aangeduid (2Sa 23:8, 26). In de overeenkomstige opsommingen in 1 Kronieken 11:27 en 27:10 wordt Helez „de Peloniet” genoemd. — Zie PELONIET.