PAËRAI
(Paë̱rai) [misschien van een grondwoord dat „wijd openen; opensperren” betekent].
Een Arbiet; een van de sterke mannen van Davids strijdkrachten (2Sa 23:8, 35). Hij is wellicht dezelfde als de Naärai die in 1 Kronieken 11:37 wordt genoemd in wat een parallelle lijst schijnt te zijn.