OTHNI (O̱thni) [verkorte vorm van Othniël]. Zoon van Semaja en kleinzoon van de Korachiet Obed-Edom; een aangestelde levitische poortwachter voor het heiligdom. Othni en zijn broeders waren „heersers over het huis van hun vader, . . . bekwame, sterke mannen”. — 1Kr 26:1, 4, 6-8, 15.