(Ne̱feg).
1. Zoon van Jizhar en broer van Korach en Zichri. Nefeg behoorde tot de stam Levi en was een neef van Mozes en Aäron. — Ex 6:16, 18, 20, 21.
2. Een van de zonen die in Jeruzalem aan koning David geboren werden. — 2Sa 5:13-15; 1Kr 3:5, 7; 14:3-6.