NAÄRAI
(Na̱ärai) [misschien een verkorte vorm van Nearja, wat „Jongen (jonge man) van Jah” betekent].
Zoon van Ezbai en een sterke man in Davids strijdkrachten (1Kr 11:26, 37). Hij is waarschijnlijk dezelfde als „de Arbiet Paërai”, die in 2 Samuël 23:35 genoemd wordt in wat een parallelle lijst schijnt te zijn.