KEHATH
(Ke̱hath).
De als tweede genoemde van de drie zonen van Levi (Ge 46:11; Ex 6:16; 1Kr 6:1) en de vader van Amram, Jizhar, Hebron en Uzziël (Ex 6:18; Nu 3:19; 1Kr 6:2). Hij was de stamvader van de Kehathieten, een van de drie hoofdafdelingen van de levieten (Nu 3:17, 27). Waarschijnlijk werd hij in het land Kanaän geboren, en hij wordt genoemd onder de 66 zielen die „met Jakob naar Egypte kwamen” (Ge 46:8, 11, 26; zie evenwel BENJAMIN nr. 1). Tot de nakomelingen van Kehath behoorden Mozes, Aäron, Mirjam (Ex 6:18, 20; Nu 26:58, 59) en de opstandige Korach (Nu 16:1-3). Kehath werd 133 jaar. — Ex 6:18.