KEHILA
(Kehi̱la).
Een versterkte Judese stad in de Sjefela (Joz 15:20, 33, 44; 1Sa 23:7). Misschien werd Kehila door een of meer Kalebieten gesticht of een tijdlang bestuurd (1Kr 4:15, 19). Kehila wordt gewoonlijk geïdentificeerd met Khirbet Qila (Qeila), dat ongeveer 14 km ten NW van Hebron op een heuvel ligt. Net als eens in het gebied van het oude Kehila, wordt ook thans in de omgeving van Khirbet Qila graan verbouwd. — Vgl. 1Sa 23:1.
Toen David door koning Saul vogelvrij was verklaard, verhinderde hij dat Kehila in de handen van de Filistijnen viel. Later moesten hij en zijn mannen de stad echter ontvluchten om niet door de grondbezitters van Kehila aan Sauls leger te worden uitgeleverd. — 1Sa 23:5, 8-13.
Na de Babylonische ballingschap werd de stad opnieuw bewoond. Toen de muren van Jeruzalem onder leiding van Nehemia werden hersteld, bestond Kehila uit twee halve districten met elk een eigen „vorst”. — Ne 3:17, 18.