KAF (I)
[כ; sluitletter: ך].
De elfde letter van het Hebreeuwse alfabet. Zonder de punt (dagesj lene) in het midden komt de kaf (getranscribeerd als kh) qua klank overeen met ch als in chloor; maar met deze punt erin (כּ) wordt hij zo hard uitgesproken als de Nederlandse „k”. In het Hebreeuws is dit de eerste letter van het beginwoord van elk van de acht verzen van Psalm 119:81-88. De letters kaf (כ) en bēth (ב) lijken veel op elkaar.