JOSIFJA (Josi̱fja) [Moge Jah toevoegen (vermeerderen); Jah heeft toegevoegd (vermeerderd)]. Een lid van het vaderlijk huis van Bani, wiens zoon Selomith in 468 v.G.T. als hoofd van zijn vaderlijk huis met Ezra naar Jeruzalem trok. — Ezr 8:1, 10.