JERUBBESETH
(Jerubbe̱seth) [Laat het schandelijke ding zich maar wettelijk verdedigen (strijden)].
De naam van rechter Gideon in 2 Samuël 11:21. Kennelijk gaat het hierbij om een vorm van Jerubbaäl, de naam die Joas, de vader van Gideon, hem gaf toen Gideon het altaar van Baäl had omvergehaald (Re 6:30-32). Sommige geleerden zijn van mening dat de schrijver van Twee Samuël de uitdrukking baʹʽal door het Hebreeuwse woord voor „schande” (boʹsjeth) heeft vervangen om de naam van de valse god Baäl niet als een deel van een eigennaam te gebruiken. — Zie GIDEON.