JERIOTH
(Je̱rioth) [van een grondwoord dat „sidderen” betekent].
Waarschijnlijk was Jerioth een bijvrouw of dienstmaagd van Kaleb; zij baarde hem enkele van de zonen die aan „zijn vrouw Azuba” werden toegeschreven. In 1 Kronieken 2:18 staat: „Kaleb . . . werd de vader van zonen bij zijn vrouw Azuba en bij Jerioth; en dit waren haar zonen.”