JEHALLELEL
(Jeha̱llelel) [misschien: God heeft (licht) uitgestraald].
1. De vader van vier zonen die in het geslachtsregister van Juda worden vermeld. — 1Kr 4:1, 16.
2. Een leviet uit de familie der Merarieten wiens zoon tijdens de regering van Hizkia meehielp bij het reinigen van de tempel. — 2Kr 29:1, 12, 15, 16.