HEZRONIETEN (Hezroni̱e̱ten) [Van (behorend tot) Hezron]. Deze benaming wordt zowel op de familie toegepast die van Hezron, de zoon van Ruben, afstamde (Ge 46:9; Nu 26:4-6) als op de familie die van Hezron, de kleinzoon van Juda, afstamde. — Ge 46:12; Nu 26:21.