HEFSIBAH
(He̱fsibah) [Mijn welbehagen is in haar].
1. Vrouw van Hizkia en moeder van koning Manasse. — 2Kon 20:21; 21:1.
2. In sommige bijbelvertalingen wordt in een herstellingsprofetie de naam „Hefsibah” gebruikt, doelend op Jeruzalem (Jes 62:4, AS; KJ; Ro). Andere vertalingen bezigen hier uitdrukkingen als „Mijn lust is aan haar!” (SV), „Mijn welbehagen” (LV) en „Mijn welbehagen [is] in haar” (NW; OB). Er was voorzegd dat Jehovah welbehagen in deze stad zou vinden omdat ze „een luisterrijke kroon” in zijn hand zou worden. — Jes 62:1-4.