HASADJA
(Hasa̱dja) [Liefderijke goedheid van Jah; Jah is liefderijke goedheid].
Een van Zerubbabels zonen. Dat de zonen van Zerubbabel in twee aparte groepen worden opgesomd (de eerste twee namen worden in het geslachtsregister van koning Davids nakomelingen door de vermelding van Selomith gescheiden van de andere vijf), zou kunnen betekenen dat zij zonen van verschillende moeders waren. — 1Kr 3:1, 19, 20.