HAREF
(Ha̱ref) [Hij heeft gesmaad (gehoond)].
Een nakomeling van Juda; de zoon van Hur en de „vader van Beth-Gader”. — 1Kr 2:3, 50, 51; zie BETH-GADER.
Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.
Helaas was er een fout bij het laden van de video.
(Ha̱ref) [Hij heeft gesmaad (gehoond)].
Een nakomeling van Juda; de zoon van Hur en de „vader van Beth-Gader”. — 1Kr 2:3, 50, 51; zie BETH-GADER.