HANOCHIETEN
(Hanochi̱e̱ten) [Van (behorend tot) Hanoch].
Een familie die afstamde van Hanoch, een zoon van Ruben. — Nu 26:4, 5; Ge 46:9.
Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.
Helaas was er een fout bij het laden van de video.
(Hanochi̱e̱ten) [Van (behorend tot) Hanoch].
Een familie die afstamde van Hanoch, een zoon van Ruben. — Nu 26:4, 5; Ge 46:9.