GIBBETHON
(Gi̱bbethon) [Rug; Verhoging].
Een stad die oorspronkelijk aan de stam Dan was toegewezen (Joz 19:40, 41, 44), maar later als levietenstad aan de Kehathieten werd gegeven (Joz 21:20, 23). Eeuwen daarna bevond Gibbethon zich in handen van de Filistijnen, en toen Israëls koning Nadab de stad op hen trachtte te heroveren, werd hij door de samenzweerder Baësa vermoord (1Kon 15:27). Zo’n 24 jaar later, toen Omri, de legeroverste van Israël, zich tegen Gibbethon legerde, stond het onder Filistijns bestuur. Nadat Omri door het Israëlitische kamp aldaar tot koning was uitgeroepen, brak hij het beleg op om zijn rivaal, de Israëlitische koning Zimri, aan te vallen. — 1Kon 16:15-18.
Gibbethon wordt gewoonlijk geïdentificeerd met Tell el-Melat (Tel Malot), ongeveer 9 km ten N van de plaats waar vermoedelijk de Filistijnse stad Ekron heeft gelegen.