Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-1 ‘Gersonieten’
  • Gersonieten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gersonieten
  • Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vergelijkbare artikelen
  • Gersonieten
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Gerson
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Levieten
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Eljasaf
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 1
it-1 ‘Gersonieten’

GERSONIETEN

(Gersoni̱e̱ten) [Van (behorend tot) Gerson].

De nakomelingen van Gerson of Gersom — de eerstgenoemde van de drie zonen van Levi — via zijn twee zonen Libni en Simeï (1Kr 6:1, 16, 17). De Gersonieten vormden een van de drie grote afdelingen van de levieten. Bij de eerste telling in de wildernis bedroeg hun aantal 7500 mannelijke personen van een maand oud en daarboven. Het aantal mannelijke personen van dertig tot vijftig jaar die in de tabernakel dienst verrichtten, bedroeg 2630 (Nu 3:21, 22; 4:38-41). De dienst van de Gersonieten in de wildernis omvatte de zorg voor de tabernakel (de tent der samenkomst), zijn verschillende dekkleden, de afscherming voor de ingang van de tabernakel, de draperieën van het voorhof, de afscherming voor de ingang van het voorhof en de tentkoorden (Nu 3:23-26; 4:21-28; Ex 26:1, 7, 14, 36; 27:9, 16). In de wildernis waren zij aan de W-zijde van de tabernakel gelegerd. Achter hen, op een bepaalde afstand van de tabernakel, legerde de drie-stammenafdeling van Efraïm (Nu 3:23; 2:18). Van de zes overdekte wagens en de twaalf stieren die de oversten van Israël voor de tabernakeldienst aanboden, gaf Mozes twee wagens en vier stieren aan de zonen van Gerson (Nu 7:1-7). Wanneer het kamp opbrak, marcheerden de Gersonieten samen met de Merarieten tussen de voorste drie-stammenafdeling van Juda en de drie-stammenafdeling van Ruben. — Nu 10:14-20.

De Gersonieten kregen in het gebied van Manasse, Issaschar, Aser en Naftali dertien steden met hun weidegronden toebedeeld. Twee van deze steden, Kedes in Galilea en Golan in Basan, behoorden tot de zes toevluchtssteden van de natie (Joz 21:27-33). Toen David de levieten reorganiseerde, kregen sommige Gersonieten verantwoordelijkheden in verband met de zang en de schatten van het huis van Jehovah toegewezen (1Kr 6:31, 32, 39-43; 23:4-11; 26:21, 22). Onder de levieten die in de dagen van koning Hizkia aan de reiniging van de tempel deelnamen, bevonden zich ook Gersonieten. — 2Kr 29:12-17.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen