GEBAL
(Ge̱bal) [misschien: Gebied; Grens], Gebalieten (Gebali̱e̱ten).
1. Gebal, een Fenicische stad aan de Middellandse-Zeekust, wordt geïdentificeerd met het huidige Jebeil, ongeveer 28 km ten NNO van Beiroet. Geschiedkundigen beschouwen Gebal, het Byblos van de Grieken, als een van de oudste steden van het Midden-Oosten. — Zie Joz 13:5, vtn.
Jehovah noemde „het land der Gebalieten” als een van de streken die in de dagen van Jozua nog door Israël in bezit genomen moesten worden (Joz 13:1-5). Critici hebben dit aangevochten als onlogisch, aangezien de stad Gebal ver ten N van Israël (ca. 100 km ten N van Dan) lag en blijkbaar nooit onder Israëlitisch bewind is gekomen. Bepaalde geleerden hebben geopperd dat de Hebreeuwse tekst bij dit vers misschien beschadigd is en nemen aan dat er oorspronkelijk „het land grenzend aan Libanon” of ’tot aan de grens der Gebalieten’ heeft gestaan. Er dient echter ook opgemerkt te worden dat Jehovah’s beloften in Jozua 13:2-7 voorwaardelijk waren. Het kan dus zijn dat Israël wegens zijn eigen ongehoorzaamheid Gebal nooit in bezit gekregen heeft. — Vgl. Joz 23:12, 13.
Gebalieten hielpen Salomo in de 11de eeuw v.G.T. bij de voorbereiding van de materialen voor de tempelbouw (1Kon 5:18). Jehovah noemt de „oude mannen uit Gebal” onder degenen die meehielpen de handelsmacht en roem van het oude Tyrus in stand te houden. — Ez 27:9.
2. Een ander Gebal wordt in Psalm 83:7 samen met Ammon en Amalek genoemd, en lag dus blijkbaar ten Z of ten O van de Dode Zee. De precieze ligging is onbekend, maar volgens sommige geleerden lag het in de buurt van Petra, ongeveer 100 km ten NNO van de Golf van Akaba.