Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Oordeelsvoltrekking, oordeelsvoltrekker’
  • Oordeelsvoltrekking, oordeelsvoltrekker

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Oordeelsvoltrekking, oordeelsvoltrekker
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Misdaad en straf
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Wet
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Wetgever
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Bloedwreker
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Oordeelsvoltrekking, oordeelsvoltrekker’

OORDEELSVOLTREKKING, OORDEELSVOLTREKKER

Willen wetten, geboden en instructies zin en waarde hebben, dan moet er langs legale weg op de naleving ervan worden toegezien. Oordeelsvoltrekking heeft gewoonlijk te maken met de tenuitvoerlegging van straffen — in het bijzonder de doodstraf — die voor wetsovertreding worden opgelegd. De Opperste Wet heeft niet alleen een Wetgever, maar ook een Rechtshandhaver: „Jehovah is onze Rechter, Jehovah is onze Wetgever, Jehovah is onze Koning.” „Eén is wetgever en rechter” (Jes 33:22; Jak 4:12). Jehovah zelf is dus een oordeelsvoltrekker, en hij oefent wraak over degenen die Zijn wet overtreden. — Ex 12:12; De 10:17, 18; Ez 25:11-17; 2Th 1:6-9; Ju 14, 15.

Jehovah heeft ook aan anderen een zekere macht om oordelen te voltrekken, gedelegeerd. Bijvoorbeeld: „Uw bloed [zal ik] van uw zielen terugeisen. . . . Van de hand van een ieder die zijn broeder is, zal ik de ziel van de mens terugeisen. Al wie het bloed van een mens vergiet, diens eigen bloed zal door de mens vergoten worden, want naar Gods beeld heeft hij de mens gemaakt” (Ge 9:5, 6). In dit opzicht had „de bloedwreker” een bepaalde verantwoordelijkheid om als oordeelsvoltrekker op te treden (Nu 35:19; zie BLOEDWREKER.) Afhankelijk van de omstandigheden werd de autoriteit om als oordeelsvoltrekker op te treden, soms aan de priesters van Israël verleend (Nu 5:15-31) of aan de hele gemeente, terwijl de ooggetuigen bij de terechtstelling van de overtreder de leiding moesten nemen (Le 24:14-16; De 17:2-7). De macht om oordelen te voltrekken, bevond zich ook in handen van de rechters en koningen of van iemand die door hen was aangesteld. — Re 8:20, 21; 2Sa 1:15; 1Kr 14:16; 2Kon 9:6-9; 10:24-28; Jer 21:12; 22:3.

In de oudheid waren heersers door vertrouwde lijfwachten omringd, aan wie de uitvoering van de verordeningen van hun meester toevertrouwd kon worden. Potifar was iemand die deze positie bekleedde (Ge 37:36; 41:12). Johannes de Doper werd door een van de lijfwachten van Herodes onthoofd. — Mr 6:27.

In Israël werd de doodstraf hetzij door steniging of door het zwaard voltrokken (Le 20:2; 2Sa 1:15). Jehovah’s Messiaanse Koning, de Heer Jezus Christus, en andere loyale hemelse metgezellen van hem, zijn rechtmatige oordeelsvoltrekkers, die als zodanig gemachtigd zijn door „de Rechter van de gehele aarde”. — Ge 18:25; Ps 149:6-9; Opb 12:7-9; 19:11-16; 20:1-3.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen