EFAI
(E̱fai) [Vliegend schepsel].
Een Netofathiet (Jer 40:8) uit de stam Juda (1Kr 2:50-54), wiens zonen tot de oversten van de strijdkrachten behoorden die in 607 v.G.T. niet in Babylonische ballingschap gevoerd werden. Efai’s zonen en andere oversten van de strijdkrachten en hun mannen kwamen naar Gedalja te Mizpa, en hij zwoer hun toen dat het hun goed zou gaan (Jer 40:7-9). Blijkbaar heeft Ismaël de zonen van Efai vermoord toen hij Gedalja doodde. — Jer 41:3.