DAN-JAÄN
(Dan-Ja̱än).
Een plaats die slechts eenmaal wordt genoemd en aan de route lag die Joab volgde toen hij op bevel van David de volkstelling hield (2Sa 24:1-6). Volgens de beschrijving schijnt de plaats in het uiterste N van Israël gelegen te hebben, want er wordt gezegd dat Joab en zijn begeleiders ’verder trokken naar Dan-Jaän en ombogen naar Sidon’. Het feit dat in het volgende vers (2Sa 24:7) melding wordt gemaakt van Berseba, doet denken aan de bekende uitdrukking „van Berseba tot Dan”, die David gebruikte toen hij Joab instructies aangaande de telling gaf (1Kr 21:2). Dan-Jaän kan derhalve betrekking hebben op die noordelijke stad Dan of misschien op een voorstad ervan. — Vgl. Re 18:28, 29, waar Dan en Sidon eveneens te zamen worden genoemd; zie ook DAN nr. 3.