Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-2 ‘Kuth, Kutha’
  • Kuth, Kutha

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kuth, Kutha
  • Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Vergelijkbare artikelen
  • Nergal
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Nergal
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Samaritaan
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Aantekeningen Johannes — Hoofdstuk 4
    Nieuwewereldvertaling van de Bijbel (studie-uitgave)
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 2
it-2 ‘Kuth, Kutha’

KUTH, KUTHA

(Ku̱tha).

Zowel „Kuth” als „Kutha” hebben betrekking op dezelfde oorspronkelijke woonplaats van een volk dat door de koning van Assyrië naar de steden van Samaria werd overgebracht nadat Israël in 740 v.G.T. in ballingschap was gevoerd (2Kon 17:23, 24, 30). De gedeporteerden uit Kutha en andere plaatsen werden echter door mensendodende leeuwen aangevallen, en toen zij de Assyrische koning om hulp vroegen, kregen zij een priester die vroeger dienst had verricht in het noordelijke koninkrijk Israël. Aangezien de in Israël beoefende aanbidding reeds lang niet meer Gods goedkeuring had (1Kon 13:33, 34; 16:31-33), brachten de diensten van deze priester geen echte aanbidders van Jehovah voort, zodat de kolonisten „hun eigen goden bleken te aanbidden” en de mensen uit Kutha hun god Nergal bleven dienen. De nakomelingen die uit de huwelijken van de ’mensen uit Kutha’ en andere natiën met de overgebleven Israëlieten voortkwamen, werden later over het algemeen „Samaritanen” genoemd. Volgens Josephus werden zij in het Hebreeuws als „Chuthéërs” (of Chuthim) aangeduid, terwijl de Grieken hen „Samaritanen” noemden (Joodsche oudheden, IX, xiv, 3). De aanduiding „Chuthim” werd waarschijnlijk gebruikt omdat de oorspronkelijke kolonisten hoofdzakelijk mensen uit Kutha waren. — 2Kon 17:24-41.

De ontdekking van handelstabletten in Tell Ibrahim (Imam Ibrahim), ongeveer 50 km ten NO van Babylon, waarop de naam Kutu (het Akkadische equivalent voor Kuth) voorkomt, heeft de meeste geografen ertoe gebracht Tell Ibrahim met het bijbelse Kutha te identificeren. Er bestaan aanwijzingen dat Kutha eens een belangrijke en waarschijnlijk ook een heel grote stad in het Babylonische Rijk was, want de aardheuvel waardoor ze thans gemarkeerd wordt, is ongeveer 18 m hoog en heeft een omtrek van 3 km. Te midden van deze ruïnes bevindt zich een plek waar naar men aanneemt een aan de god Nergal gewijde tempel heeft gestaan, wat in overeenstemming zou zijn met de bijbelse verklaring dat „de mannen van Kuth” die god vereerden. — 2Kon 17:29, 30.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen