Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • it-1 ‘Bekoorlijkheid’
  • Bekoorlijkheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bekoorlijkheid
  • Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Vergelijkbare artikelen
  • Banspreuk
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Spreuken, Het boek
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Zaai rechtvaardigheid, oogst Gods liefderijke goedheid
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
  • Twist
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Inzicht in de Schrift, Deel 1
it-1 ‘Bekoorlijkheid’

BEKOORLIJKHEID

Het Hebreeuwse woord chen heeft de betekenis van gunst, bekoorlijkheid, charme, aanminnigheid of bevalligheid, zowel van gestalte als in gedrag, en wordt gewoonlijk weergegeven met „gunst” (Ge 6:8), hoewel het in bepaalde gevallen met „bekoorlijkheid” of „charme” wordt vertaald. Een prostituée bijvoorbeeld kan ’aantrekkelijk zijn door haar bekoorlijkheid’ (Na 3:4), maar in het boek Spreuken wordt opgemerkt: „Charme kan bedrieglijk zijn en schoonheid ijdel; maar de vrouw die Jehovah vreest, die verwerft zich lof.” En „een vrouw met bekoorlijkheid, die grijpt heerlijkheid aan” (Sp 31:30; 11:16; zie ook Sp 5:18, 19). Door goddelijke wijsheid en door verstand kan men zich werkelijk met bekoorlijkheid sieren (Sp 3:21, 22; 4:7-9); hetzelfde geldt voor gepaste spraak (Ps 45:2; Sp 22:11). Toen de joden uit Babylonische ballingschap terugkeerden, werd Zerubbabel aangemoedigd de tempelbouw voort te zetten en kreeg hij de verzekering dat er bij het leggen van de hoeksteen „juichkreten [zouden] opgaan: ’Hoe bekoorlijk! Hoe bekoorlijk!’” — Za 4:7.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen