CANDACE
(Canda̱ce).
Een koningin van Ethiopië wier schatbewaarder een christen werd (Han 8:27). Men beschouwt „Candace”, net als „farao” en „caesar”, als een titel in plaats van een specifieke persoonsnaam. Schrijvers uit de oudheid, onder wie Strabo, Plinius de Oudere en Eusebius, gebruikten deze benaming voor Ethiopische koninginnen. Plinius de Oudere (ca. 23–79 G.T.) schreef: „De stad [Meroë, de hoofdstad van het oude Ethiopië] bezit weinig gebouwen. Men zei dat ze geregeerd wordt door een vrouw, Candace, een naam die al vele jaren van de ene koningin op de volgende is overgegaan.” — Naturalis historia, VI, XXXV, 186.