KALAH
(Ka̱lah).
Een door Nimrod gestichte stad in Assyrië en oorspronkelijk een deel van „de grote stad” die bestond uit Nineve, Kalah, Resen en Rehoboth-Ir, waarvan de laatste drie blijkbaar voorsteden van Nineve waren (Ge 10:9-12). Kalah komt in Assyrische spijkerschriftteksten voor als Kalhu, en in de periode dat Assyrië een wereldmacht was, werd Kalah naast Nineve en Assur een van de drie belangrijkste steden van het rijk. Kalah lag in de noordoostelijke hoek die gevormd wordt door de samenvloeiing van de Grote Zab en de Tigris, ongeveer 35 km ten ZZO van Nineve. De plek wordt nu Nimrud genoemd, waarin de naam voortleeft van de man die in de oudheid de stad heeft gesticht.
In de 9de eeuw v.G.T. herstelde Assurnasirpal II volgens zijn zeggen de destijds vervallen stad en maakte die tot zijn hoofdstad. Hij omgaf de stad met kolossale, door tientallen torens versterkte muren, bouwde een koninklijk paleis en ettelijke tempels, waaronder een ongeveer 38 m hoge zigurrattoren. Onderzoekingen hebben aan het licht gebracht dat de stad een gebied van 358 ha besloeg en dat zich daarin niet alleen paleizen, tempels en huizen bevonden maar ook tuinen en boomgaarden, die bevloeid werden door een vanaf de Zab aangelegd kanaal. Bij het feestmaal dat Assurnasirpal na de voltooiing van zijn nieuwe hoofdstad aanrechtte, werden naar verluidt alle bewoners van de stad plus bezoekende hoogwaardigheidsbekleders uitgenodigd, in totaal 69.574 personen.
Bij opgravingen kwamen uit de ruïnes van Kalah enkele van de prachtigste voorbeelden van Assyrische kunst te voorschijn, zoals kolossale gevleugelde leeuwen met mensenhoofden, gevleugelde stieren, veel reusachtige bas-reliëfs die de paleismuren sierden en een groot aantal prachtig gesneden ivoren voorwerpen. Er werd een uitstekend bewaard gebleven beeld van Assurnasirpal blootgelegd, alsook de zogenoemde zwarte obelisk van Salmaneser III, waarop vermeld wordt dat koning Jehu van Israël schatting aan Assyrië betaalde. — Zie SALMANESER nr. 1.
Toen het Assyrische Rijk viel, werd Kalah ten slotte samen met de andere koninklijke steden van het rijk verwoest.