BITHYNIË
(Bithy̱nië).
Een Romeinse provincie in het N van Klein-Azië. Ze lag in een gebied dat thans in het NW van Turkije ligt en strekte zich vanaf Istanbul oostwaarts langs de Z-kust van de Zwarte Zee uit. Op de tweede zendingsreis van de apostel Paulus poogden hij en Silas samen met Timotheüs, die zich in Lystra bij hen had gevoegd, naar Bithynië te reizen, maar „de geest van Jezus stond hun dit niet toe” (Han 16:7). Van een apostolische predikingsactiviteit in Bithynië wordt geen gewag gemaakt, maar er moeten daar in elk geval christenen zijn geweest toen Petrus tussen de jaren 62 en 64 G.T. zijn eerste canonieke brief schreef (1Pe 1:1). Dit wordt bevestigd door een brief die Plinius de Jongere in de hoedanigheid van keizerlijk legaat vanuit Bithynië aan de Romeinse keizer Trajanus richtte en waarin hij gewag maakte van het feit dat er in de provincie veel christenen waren. Hij schreef over het christendom in het begin van de 2de eeuw dat het niet alleen tot de steden beperkt was maar zich ook had uitgebreid naar de „dorpen en plattelandsgebieden”. — The Letters of Pliny, X, XCVI, 9.