BETH-MARKABOTH
(Beth-Ma̱rkaboth) [Huis van de wagens].
Een van de aan Simeon gegeven enclavesteden in het gebied van de stam Juda (Joz 19:1, 5; 1Kr 4:31). In het parallelle verslag over de steden die oorspronkelijk aan Juda werden toegewezen (Joz 15:31), staat de naam Madmanna misschien op de plaats van Beth-Markaboth. Indien Beth-Markaboth identiek is met Madmanna, lag het klaarblijkelijk aan de hoofdweg die van Berseba naar Jeruzalem en andere noordelijk gelegen plaatsen voerde; Beth-Markaboth kan een tweede naam voor Madmanna zijn geweest. De naam van de stad die na Beth-Markaboth wordt genoemd, Hazar-Susa (of Hazar-Susim), betekent „Voorhof (nederzetting) van de merrie (of paarden)”. Sommigen vermoeden dat zich op beide plaatsen paardestallen en wagendepots bevonden voor het verkeer op de oude routes tussen Palestina en Egypte. Wagens werden ook in de oorlog gebruikt (Re 1:19), en Beth-Markaboth kan een vestingstad van de Kanaänieten geweest zijn, vanwaar hun strijdwagens konden uitrijden naar het laagland in het gebied van Berseba. — Zie MADMANNA nr. 2.