BETH-BARA
(Beth-Ba̱ra) [Huis van Bara].
Toen Gideons strijdkrachten de vluchtende Midianieten achtervolgden, zond Gideon de mannen van Efraïm bericht dat zij „de wateren tot aan Beth-Bara en de Jordaan” moesten bezetten (Re 7:24), kennelijk om de vijand te beletten de Jordaan over te steken. Aangezien de veldslag in de Laagvlakte van Jizreël plaatsvond (Re 6:33), zou dit op een plaats ten W van de Jordaan duiden. Waar Beth-Bara heeft gelegen, kan niet worden vastgesteld, maar vermoedelijk gaat het om een plaats tussen de Wadi Farʽah en de Jordaan. Een soortgelijke tactiek als bovengenoemde werd door Ehud in de strijd tegen de Moabieten aangewend, toen hij „de doorwaadbare plaatsen van de Jordaan tegen de Moabieten [bezette]”. — Re 3:27, 28.