BĒTH
[ב].
De tweede letter van het Hebreeuwse alfabet. De naam die aan deze letter is gegeven, betekent „huis”.
Wanneer deze Hebreeuwse letter in het midden van een punt is voorzien om een hardere uitspraak te krijgen, is ze een lipklank die ongeveer overeenkomt met de Nederlandse „b”. Zonder de punt heeft ze een zachtere klank, zo ongeveer als de Nederlandse „v” in „vaas”.
In de Hebreeuwse tekst begint het eerste woord van elk van de acht verzen van Psalm 119:9-16 met deze letter, in overeenstemming met de acrostische stijl van deze psalm. — Zie HEBREEUWS.