BAZLUTH
(Ba̱zluth), Bazlith (Ba̱zlith).
Een familiehoofd wiens nakomelingen tot de Nethinim behoorden die in 537 v.G.T. met Zerubbabel naar Jeruzalem terugkeerden. — Ezr 2:1, 2, 52; Ne 7:54.
Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.
Helaas was er een fout bij het laden van de video.
(Ba̱zluth), Bazlith (Ba̱zlith).
Een familiehoofd wiens nakomelingen tot de Nethinim behoorden die in 537 v.G.T. met Zerubbabel naar Jeruzalem terugkeerden. — Ezr 2:1, 2, 52; Ne 7:54.