ASRIËL
(A̱sriël).
Een mannelijke nakomeling van Manasse. Hij werd het familiehoofd van de Asriëlieten. Uit Numeri 26:29-31 blijkt dat hij de achterkleinzoon van Manasse was via Machir en diens zoon Gilead. Volgens 1 Kronieken 7:14 was Asriël een zoon van Manasse bij zijn Syrische bijvrouw. De hierop volgende en blijkbaar ter verklaring dienende passage luidt echter gedeeltelijk: „Zij baarde Machir, de vader van Gilead.” Daarom is het mogelijk dat, zoals in bijbelse geslachtsregisters niet ongewoon is, Asriël hier slechts een „zoon” van Manasse wordt genoemd in de zin dat hij een van zijn latere nakomelingen (via Machir, de zoon van Manasse bij diens Syrische bijvrouw) was. Het kan echter ook zijn dat Manasse zowel een zoon als een achterkleinzoon met de naam Asriël had. „De zonen van Asriël” behoorden tot de nakomelingen van Manasse aan wie Jozua door het lot gebied in het Beloofde Land toewees. — Joz 17:1-4.