AMRAMIETEN
(Amrami̱e̱ten) [Van (behorend tot) Amram].
De nakomelingen van Amram, de kleinzoon van Levi via Kehath. Zij vormden een onderafdeling van de familie der Kehathieten. Tijdens de tocht door de wildernis waren zij met alle families van de zonen van Kehath aan de Z-kant van de tabernakel gelegerd. De diensttoewijzing van de Kehathieten betrof de Ark, de tafel, de lampestandaard, de altaren en het gerei, alsmede de afscherming tussen het Heilige en het Allerheiligste. — Nu 3:27-31; 1Kr 26:23.