Inhoud
Bladzijde Hoofdstuk
4 1 „Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd”
14 2 Dienst in „het laatst der dagen”
32 3 „Gij moet dit woord tot hen zeggen”
43 4 Pas op voor een verraderlijk hart
54 5 Wat voor vrienden kies je?
67 6 „Gehoorzaam alstublieft de stem van Jehovah”
81 7 „Ik wil de vermoeide ziel laven”
92 8 Zul je „in leven blijven”, zoals Jeremia?
103 9 Zoek geen „grote dingen” voor jezelf
114 10 Vraag je elke dag: „Waar is Jehovah?”
128 11 ’Herders naar mijn hart’
140 12 „Was dat niet een geval van mij kennen?”
154 13 „Jehovah heeft gedaan wat hij in gedachten had”