Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • be les 34 blz. 202-blz. 205 ¶4
  • Opbouwend en positief

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Opbouwend en positief
  • Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool
  • Vergelijkbare artikelen
  • Opbouwende conversatie
    Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool
  • Conversatievaardigheden vergroten
    Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool
  • Wees opbouwend
    Onze Koninkrijksdienst 1995
  • Opbouwend en positief
    Leg je toe op voorlezen en onderwijzen
Meer weergeven
Trek voordeel van de theocratische bedieningsschool
be les 34 blz. 202-blz. 205 ¶4

LES 34

Opbouwend en positief

Wat moet je doen?

Sta niet lang stil bij negatieve zaken, maar spreek over dingen waardoor een situatie verbetert of die vertrouwen geven.

Waarom is het belangrijk?

Mensen raken afgemat door een liefdeloze wereld. Velen hebben ernstige persoonlijke problemen. De bijbelse boodschap, mits goed gepresenteerd, bezorgt oprechte mensen een optimistischer kijk.

DE BOODSCHAP die we moeten verkondigen, is goed nieuws. Jezus zei: ’Eerst moet in alle natiën het goede nieuws worden gepredikt’ (Mark. 13:10). Jezus gaf zelf het voorbeeld door „het goede nieuws van het koninkrijk Gods” tot zijn hoofdthema te maken (Luk. 4:43). Wat de apostelen predikten wordt ook omschreven als „het goede nieuws van God” en „het goede nieuws over de Christus” (1 Thess. 2:2; 2 Kor. 2:12). Zo’n boodschap is opbouwend en positief.

In overeenstemming met de bekendmaking van „eeuwig goed nieuws” door de ’engel die in het midden van de hemel vliegt’, dringen we er bij mensen op aan: „Vreest God en geeft hem heerlijkheid” (Openb. 14:6, 7). We vertellen mensen overal over de ware God, zijn naam, zijn schitterende eigenschappen, zijn wonderwerken, zijn liefdevolle voornemen, het feit dat we hem rekenschap verschuldigd zijn, en wat hij van ons vraagt. Het goede nieuws omvat ook dat Jehovah God de goddelozen zal vernietigen, die hem onteren en het leven voor anderen bederven. Maar het staat niet aan ons om personen tot wie we prediken, te oordelen. Onze oprechte wens is dat zo veel mogelijk mensen gunstig op de bijbelse boodschap reageren zodat die werkelijk goed nieuws voor hen blijkt te zijn. — Spr. 2:20-22; Joh. 5:22.

Beperk negatief materiaal. Natuurlijk zitten er negatieve kanten aan het leven, en daar sluiten we onze ogen niet voor. Om een gesprek op gang te brengen, kun je over een probleem beginnen dat de mensen in je gebied bezighoudt en dat kort bespreken. Maar gewoonlijk is er niet veel goeds mee gediend als we er lang over doorpraten. Mensen horen constant slecht nieuws, en als we over onaangename dingen praten zullen ze wellicht óf de deur óf hun oren sluiten. Probeer al snel in je gesprek de aandacht te richten op de verfrissende waarheden in Gods Woord (Openb. 22:17). Dan zul je, ook als de persoon het gesprek niet wil voortzetten, toch iets opbouwends bij hem achtergelaten hebben waar hij over kan nadenken. Daardoor zal hij een volgende keer mogelijk meer geneigd zijn om te luisteren.

Ingeval je een lezing mag houden, moet je je luisteraars evenmin overspoelen met negatieve informatie omdat die nu eenmaal volop voorhanden is. Als een spreker lang stilstaat bij het falen van menselijke regeerders, berichten van misdaad en geweld, en de schokkende zedeloosheid, kan het effect deprimerend zijn. Introduceer negatieve aspecten van een onderwerp alleen als daar een nuttig doel mee gediend is. Een beperkte hoeveelheid van zulk materiaal kan de actualiteit van je lezing benadrukken. Misschien kun je er ook factoren mee identificeren die in belangrijke mate tot een situatie bijdragen en ermee aantonen dat de oplossing die in de bijbel staat praktisch is. Wees waar mogelijk specifiek zonder al te lang bij de problemen stil te staan.

Het is gewoonlijk niet mogelijk en ook niet wenselijk alle negatieve punten uit een lezing te weren. De uitdaging is de mix van goed en slecht zo te presenteren dat het totale effect positief is. Om dat te bereiken moet je bepalen wat je opneemt, wat je weglaat en waarop je de nadruk legt. In de Bergrede vermaande Jezus zijn luisteraars de zelfzuchtige wegen van de schriftgeleerden en Farizeeën te vermijden, en hij gaf wat voorbeelden ter illustratie (Matth. 6:1, 2, 5, 16). Maar in plaats van uit te weiden over het negatieve voorbeeld van die religieuze leiders legde Jezus het accent op het begrijpen van wat nu echt Gods wegen zijn en het naleven ervan (Matth. 6:3, 4, 6-15, 17-34). Het algehele beeld was alleen maar positief.

Houd de toon positief. Als je in je gemeente een lezing moet houden over een bepaald facet van christelijke activiteit, probeer dan constructief te zijn en niet kritisch. Vergewis je ervan dat jij doet waar je anderen toe aanmoedigt (Rom. 2:21, 22; Hebr. 13:7). Laat liefde en niet ergernis de drijfveer zijn voor wat je zegt (2 Kor. 2:4). Als je het vertrouwen hebt dat je medegelovigen Jehovah willen behagen, zal dat vertrouwen in wat je zegt tot uiting komen en dat zal een gunstig effect hebben. Merk maar eens op hoe de apostel Paulus zo’n vertrouwen onder woorden bracht, zoals te lezen is in 1 Thessalonicenzen 4:1-12; 2 Thessalonicenzen 3:4, 5 en Filemon 4, 8-14, 21.

Soms is het nodig dat ouderlingen waarschuwen voor onverstandig gedrag. Maar nederigheid zal hen helpen hun broeders en zusters met een geest van zachtaardigheid tegemoet te treden (Gal. 6:1). Aan de manier waarop dingen gezegd worden, moet duidelijk zijn dat de leden van de gemeente met respect bezien worden (1 Petr. 5:2, 3). Jongere mannen krijgen in de bijbel de raad daar speciaal op te letten (1 Tim. 4:12; 5:1, 2; 1 Petr. 5:5). Wanneer het nodig is te vermanen, streng te onderrichten, dingen recht te zetten, dan dient dit te gebeuren op basis van wat de bijbel zegt (2 Tim. 3:16). De toepassing van schriftplaatsen mag nooit worden geforceerd of verdraaid om een idee te ondersteunen waar de spreker een sterk voorstander van is. Zelfs wanneer corrigerende raad nodig is kan de toon van de lezing positief blijven als vooral benadrukt wordt hoe iemand het kan vermijden in kwaaddoen verwikkeld te raken, hoe problemen opgelost en moeilijkheden overwonnen kunnen worden, hoe een verkeerde handelwijze gecorrigeerd kan worden en hoe Jehovah’s vereisten ons beschermen. — Ps. 119:1, 9-16.

Besteed bij het voorbereiden van je lezing in het bijzonder denkwerk aan de wijze waarop je elk hoofdpunt en ook de lezing in haar geheel afsluit. Wat je het laatst zegt, wordt vaak het langst onthouden. Zal het positief zijn?

In gesprekken met medegelovigen. Dienstknechten van Jehovah hechten veel waarde aan gelegenheden tot omgang op christelijke vergaderingen. Dat zijn momenten van geestelijke verkwikking. De bijbel dringt er bij ons op aan ons ten doel te stellen om wanneer we in onze plaatsen van aanbidding bijeenkomen, ’elkaar aan te moedigen’ (Hebr. 10:25). Dat gebeurt niet alleen door lezingen en commentaren tijdens de vergaderingen maar ook door gesprekken voor en na de vergaderingen.

Het is natuurlijk normaal dat onze gesprekken gaan over gewone dagelijkse dingen, maar de grootste aanmoediging spruit voort uit het spreken over geestelijke zaken. Daaronder vallen ook ervaringen die we opdoen in onze heilige dienst. Gezonde belangstelling voor elkaar tonen is ook opbouwend.

Vanwege de invloed van de wereld om ons heen is voorzichtigheid geboden. In een brief aan christenen in Efeze schreef Paulus: „Nu gij . . . onwaarheid hebt weggedaan, spreekt waarheid, een ieder van u met zijn naaste” (Ef. 4:25). Waarheid spreken in plaats van onwaarheid houdt ook in dat we niet de dingen en de mensen verheerlijken die de wereld zo ongeveer verafgoodt. Jezus waarschuwde eveneens voor „de bedrieglijke kracht van de rijkdom” (Matth. 13:22). Wanneer we met elkaar praten moeten we er dus op letten dat bedrog niet te bevorderen door het bezit van materiële dingen te verheerlijken. — 1 Tim. 6:9, 10.

Als de apostel Paulus het heeft over de noodzaak opbouwend te zijn, dringt hij er bij ons op aan niet veroordelend of kleinerend te spreken over een broeder die zich van bepaalde dingen weerhoudt vanwege ’zwakheden in zijn geloof’, vanwege een nog niet vatten van de volle omvang van de christelijke vrijheid. Ja, wil onze conversatie voor anderen opbouwend zijn, dan moeten we hun achtergrond en de mate van hun geestelijke groei in aanmerking nemen. Wat zou het droevig zijn als we ’een broeder [of een zuster] een struikelblok in de weg zouden leggen of iets waarover hij [of zij] kan vallen’! — Rom. 14:1-4, 13, 19.

Degenen die met ernstige persoonlijke problemen te kampen hebben — chronische ziekte bijvoorbeeld — waarderen opbouwende gesprekken. Voor zo iemand betekent het misschien heel wat inspanning om op de vergaderingen aanwezig te zijn. Degenen die van zijn situatie op de hoogte zijn, zouden kunnen vragen: „Hoe voel je je?” Hij zal hun belangstelling ongetwijfeld waarderen. Maar hoe het met zijn gezondheid is gesteld, is voor hem wellicht niet de meest aanmoedigende gespreksstof. Waarderende, prijzende woorden zullen zijn hart waarschijnlijk meer verwarmen. Zie je hoe hij liefde blijft koesteren voor Jehovah en in een moeilijke situatie volhardt? Voel je je aangemoedigd wanneer je hem commentaar hoort geven? Zou het opbouwender zijn de aandacht te richten op zijn sterke punten en op wat hij tot de gemeente bijdraagt in plaats van op zijn beperkingen? — 1 Thess. 5:11.

Wil onze conversatie opbouwend zijn, dan is het vooral belangrijk Jehovah’s zienswijze ten aanzien van het besprokene in aanmerking te nemen. In het oude Israël haalden degenen die zich tegen Jehovah’s vertegenwoordigers kantten en die klaagden over het manna, zich Gods misnoegen op de hals (Num. 12:1-16; 21:5, 6). We tonen dat we ons voordeel hebben gedaan met die voorbeelden wanneer we blijk geven van respect voor de ouderlingen en van waardering voor het geestelijke voedsel dat de getrouwe en beleidvolle slaafklasse verschaft. — 1 Tim. 5:17.

Heilzame dingen vinden om met onze broeders en zusters over te praten is zelden een probleem. Zijn iemands opmerkingen echter te kritisch, neem dan het initiatief om het gesprek in een positieve richting te sturen.

Of we nu getuigenis geven, vanaf het podium spreken, of met medegelovigen aan het praten zijn, laten we onderscheidingsvermogen gebruiken om uit de schat van ons hart goede woorden te voorschijn te halen, „elk woord dat goed is tot opbouw waar het nodig is, opdat daardoor iets meegedeeld mag worden wat gunstig is voor de hoorders”. — Ef. 4:29.

HOE JE HET DOET

  • Houd in gedachte dat het onze toewijzing is het goede nieuws te prediken.

  • Wees constructief in plaats van kritisch.

  • Heb een positieve kijk op degenen tot wie je spreekt.

  • Bedenk in gesprekken wat de uitwerking van je woorden op de ander kan zijn.

OEFENING: Bezoek iemand die invalide is of aan huis gebonden. Breng een opbouwende conversatie op gang. Heb empathie maar houd je opmerkingen positief. Overdenk van tevoren hoe je dat het beste kunt doen.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen