Lied 158
Onze christelijke eenheid
1. O, wie is als God, onze Vader?
Het centrum van eenheid is hij!
Hij stuurde zijn Zoon, die ons onderwees;
Diens levensbloed maakte ons vrij.
De basis van onze eenheid
Heeft God zo in Jezus gelegd.
Door hem bindt een band tot familie tesaam
Al wie aan Gods Woord is gehecht.
2. Wat rust nu op ons als verplichting,
Die met Jezus één zijn gemaakt?
Ons denken, ons doen, moet blijk geven dat
Gods wil nooit door ons wordt verzaakt.
Het werk van het vlees brengt droefheid;
De vrucht van Gods geest brengt ons vreugd.
Die vreugd wordt door liefdevol geven vergroot;
Dus volg het model van Gods deugd!
3. Gods regeling is theocratisch
En dient tot bescherming en raad:
De waarheid aanvaard, ons leven vernieuwd,
Met eenheid als groots resultaat!
Wat vraagt God van al zijn knechten?
Hoe moet ons gedrag zijn voortaan?
Gerechtigheid oefenen, vriendelijk zijn,
Bescheiden Gods juiste weg gaan.