Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g01 8/11 blz. 10-11
  • „Soms denk ik dat ik droom!”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Soms denk ik dat ik droom!”
  • Ontwaakt! 2001
  • Vergelijkbare artikelen
  • ‘Wees vol goede moed’
    Wees moedig en vertrouw op Jehovah
  • Van onze lezers
    Ontwaakt! 1989
  • Blijf eerlijk in een oneerlijke wereld
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
  • We voelden Gods versterkende hulp
    Ontwaakt! 2005
Meer weergeven
Ontwaakt! 2001
g01 8/11 blz. 10-11

„Soms denk ik dat ik droom!”

Lourdes staart vanuit het raam van haar flat naar de stad en legt haar vingers op haar trillende mond. Ze is een Latijns-Amerikaanse vrouw die meer dan twintig jaar ellende achter de rug heeft door toedoen van Alfredo, haar gewelddadige man. Alfredo was gemotiveerd om te veranderen. Toch vindt Lourdes het nog steeds moeilijk om over de fysieke en emotionele pijn die ze heeft geleden, te praten.

„Het begon al twee weken na onze trouwdag”, zegt Lourdes zacht. „Eens sloeg hij twee tanden uit mijn mond. Een andere keer dook ik weg en sloeg hij met zijn vuist door de deur van een klerenkast. Maar het schelden deed nog meer pijn. Hij noemde me een ’waardeloos stuk vuil’ en behandelde me alsof ik geen verstand had. Ik wilde weg, maar hoe kon ik met drie kinderen?”

Alfredo raakt zachtjes Lourdes’ schouder aan. „Ik heb een leidinggevende positie”, zegt hij. „Ik voelde me vernederd toen ik werd gedagvaard en van de rechter een ernstige waarschuwing kreeg. Ik probeerde te veranderen, maar al gauw was ik weer op dezelfde manier bezig.”

Hoe is er verandering in de situatie gekomen? „De dame van de winkel op de hoek is een van Jehovah’s Getuigen”, legt Lourdes uit, nu zichtbaar meer op haar gemak. „Zij bood aan me te helpen de bijbel te begrijpen. Ik leerde dat Jehovah God vrouwen waardeert. Ik begon de vergaderingen van Jehovah’s Getuigen bij te wonen, ook al maakte dit Alfredo in het begin woedend. Het was een nieuwe ervaring voor me, tijd met vrienden door te brengen in de Koninkrijkszaal. Ik was verbaasd te ontdekken dat ik mijn eigen geloofsovertuiging kon hebben, er vrijuit over kon praten, ze zelfs aan anderen kon onderwijzen. Ik besefte dat God me waardeerde. Dat gaf me moed.

Er was een keerpunt dat ik nooit zal vergeten. Alfredo ging nog steeds elke zondag naar de katholieke mis, en hij protesteerde tegen wat ik met Jehovah’s Getuigen deed. Ik keek hem recht in de ogen en zei kalm maar zelfverzekerd: ’Alfredo, wat jij denkt is niet wat ik denk.’ En hij sloeg me niet! Niet lang daarna werd ik gedoopt, en hij heeft me in de vijf jaar sindsdien nooit meer geslagen.”

Maar er zouden nog grotere veranderingen komen. Alfredo legt uit: „Ongeveer drie jaar nadat Lourdes was gedoopt, werd ik door een collega die een van Jehovah’s Getuigen is bij hem thuis uitgenodigd, en hij vertelde me fascinerende dingen uit de bijbel. Zonder het tegen mijn vrouw te zeggen begon ik de bijbel met hem te bestuderen. Al gauw ging ik met Lourdes mee naar de vergaderingen. Veel van de lezingen die ik daar hoorde gingen over het gezinsleven, en die maakten vaak dat ik me beschaamd voelde.”

Alfredo was ervan onder de indruk dat de gemeenteleden, ook de mannen, na de vergaderingen de vloer veegden. Wanneer hij bij hen thuis op bezoek was, zag hij mannen die hun vrouw met de afwas hielpen. Deze kleine voorvallen lieten Alfredo zien hoe ware liefde tot uiting komt.

Kort daarna werd Alfredo gedoopt, en nu dienen hij en zijn vrouw als volletijddienaren. „Hij helpt me vaak met het afruimen van de tafel na het eten en met het opmaken van de bedden”, zegt Lourdes. „Hij prijst me om mijn kookkunst, en hij laat me kiezen — zoals naar welke muziek ik zou willen luisteren of wat we voor het huis zullen kopen. Dit zijn dingen die Alfredo voorheen nooit gedaan zou hebben! Onlangs heeft hij voor het eerst bloemen voor me meegebracht. Soms denk ik dat ik droom!”

[Illustratie op blz. 10]

„Ik besefte dat God me waardeerde. Dat gaf me moed”

[Illustratie op blz. 10]

Alfredo was ervan onder de indruk dat de gemeenteleden, ook de mannen, na de vergaderingen de vloer veegden

[Illustratie op blz. 10]

Hij zag mannen die hun vrouw met de afwas hielpen

[Illustratie op blz. 10]

„Onlangs heeft hij voor het eerst bloemen voor me meegebracht”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen