Hij gaf het niet op
OP 5 oktober 1995 werd de veertienjarige Matt Tapio geopereerd wegens een tumor aan zijn hersenstam. De tumor bleek kwaadaardig te zijn. De operatie was de eerste van een hele reeks die hij in de daaropvolgende twee en een half jaar zou ondergaan. Er volgden chemotherapie en bestralingen.
Matt woonde in Michigan (VS), waar hij een openbare school bezocht en christelijke vergaderingen bijwoonde. Hij maakte gebruik van gelegenheden om met leraren en klasgenoten over zijn geloof te praten en om een aandeel te hebben aan het bezoeken van anderen in de openbare bediening. Tijdens zijn talrijke verblijven in het ziekenhuis — hij bracht achttien maanden van de laatste twee en een half jaar van zijn leven in ziekenhuizen door — verspreidde hij honderden stuks bijbelse lectuur bij mensen die hij daar ontmoette.
Menigmaal leek het of Matt het niet zou halen, maar iedere keer kwam hij er weer bovenop. Op een keer kreeg hij onderweg naar het ziekenhuis toevallen en hield op met ademhalen. Er werd tot reanimatie overgegaan en zijn hart kwam weer op gang. Toen hij bijkwam, begon hij te huilen en zei luid: „Ik ben een vechter! Ik ben een vechter! Ik geef het niet op!” Mensen zeiden dat het Matts geloof in God was dat hem zo lang in leven hield.
Een lievelingswens van Matt ging in vervulling toen hij op 13 januari 1996 gedoopt werd als symbool van zijn opdracht aan Jehovah God. De doop vond in een privé-zwembad plaats wegens de kans op infectie. Enkele dagen later was hij terug in het ziekenhuis voor een volgende operatie. In augustus 1997 gaf Matt wekenlang over, maar hij stabiliseerde zich na verdere chirurgie.
Ondanks dit alles behield Matt zijn gevoel voor humor en maakte hij grapjes met de artsen en verpleegkundigen. Zij konden niet begrijpen hoe hij zo’n geweldig gevoel voor humor kon hebben. Een van de artsen zei tegen hem: „Matt, als ik in jouw schoenen stond, zou ik het gordijn dicht laten doen, het laken over mijn hoofd trekken en tegen iedereen zeggen dat hij moest verdwijnen.”
In februari 1998 kwam Matt voor een van de laatste keren uit het ziekenhuis thuis. Hij vond het zo heerlijk nog te leven en thuis te zijn, dat hij zodra hij binnenkwam zei: „Ik ben zo blij! Laten we in gebed gaan.” Daarop maakte hij Jehovah in een gebed deelgenoot van zijn geluk. Twee maanden later, op 19 april, bezweek hij ten slotte aan de kanker.
Een poosje daarvoor werd tijdens een vergadering van Jehovah’s Getuigen in de plaatselijke Koninkrijkszaal een opgenomen interview met Matt afgespeeld. Hem werd gevraagd: „Wat zou je tegen degenen van ons die een zekere mate van gezondheid hebben, willen zeggen over onze bediening en christelijke vergaderingen?”
Matt antwoordde: „Doe nu wat je kunt. . . . Je weet nooit wat er kan gebeuren. . . . Maar wat er ook gebeurt, hou er nooit mee op getuigenis over Jehovah te geven.”