’Alsof ik honing at’
MEDIO 1993, in de plaats Altus (Oklahoma, VS), bad een bezorgde vader, een sergeant eerste klasse bij de Amerikaanse luchtmacht, om leiding opdat hij hulp kon bieden aan zijn dochter, die huwelijksproblemen had en een echtscheiding overwoog. De volgende ochtend kwam een van Jehovah’s Getuigen bij hem aan de deur en bood hem de Ontwaakt! aan van 8 juli 1993, waarin het onderwerp „Echtscheiding — De deur naar een gelukkiger leven?” werd besproken.
Hoewel de man nooit gesteld geweest was op de Getuigen en nog nooit eerder naar hen had geluisterd, nam hij die Ontwaakt! gretig aan en las het tijdschrift. Later deelde hij schriftplaatsen en punten uit het tijdschrift met zijn dochter. Hij las ook de uitgave van De Wachttoren die samen met de Ontwaakt! was achtergelaten. Er stond een artikel in dat hem ertoe bracht diep na te denken over de Drieëenheid, waarin hij zijn hele leven had geloofd. Hij besefte dat zijn gebed om hulp in verband met zijn dochter was verhoord, maar toch vroeg hij zich verbaasd af waarom God mensen die niet in de Drieëenheid geloofden zou gebruiken om zijn gebeden te verhoren. Hij redeneerde dat God beslist geen mensen voor de verhoring van gebeden zal gebruiken als zij niet de waarheid onderwijzen.
Dit bracht hem ertoe de Koninkrijkszaal van Jehovah’s Getuigen op te bellen om naar wat lectuur te vragen waarin hun geloof met betrekking tot de Drieëenheid gedetailleerder wordt besproken. De man die de telefoon opnam, was daar voor een vergadering van christelijke ouderlingen. De luchtmachtsergeant ging onmiddellijk naar de Koninkrijkszaal, waar hij het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven en de brochure Moet u geloof stellen in de Drieëenheid? ontving.
Die avond las de man de brochure helemaal uit. Tijdens het lezen werd hij zo enthousiast, zo zei hij later, dat hij moest pauzeren en zichzelf tot kalmte moest manen: ’Rustig aan. Dit is niet te geloven. Het is gewoon te mooi om waar te zijn.’ De brochure bevatte zulke duidelijke bijbelse argumenten tegen de Drieëenheidsleer, zo legde hij uit, dat het lezen ervan ’was alsof hij honing at’. De volgende avond bezocht hij zijn eerste vergadering van Jehovah’s Getuigen, en hij was verrukt over hetgeen hij hoorde.
Na zijn eerste bijbelstudie met Jehovah’s Getuigen en een grondige bespreking van de bijbelse zienswijze ten aanzien van roken, gooide hij zijn sigaretten weg en heeft nooit meer gerookt. Er werd een paar maal per week een bijbelstudie bij hem geleid. Drie maanden nadat hij de Drieëenheid-brochure had gelezen — en nadat hij het leger had verlaten — begon hij met de Getuigen aan het openbare predikingswerk deel te nemen. Drie maanden daarna symboliseerde hij zijn opdracht aan Jehovah God en werd gedoopt. Hij dient nu als een volle-tijdprediker.