Maak eens kennis met de vogel achter de wimpers
DOOR ONTWAAKT!-CORRESPONDENT IN ZUID-AFRIKA
„DE KANS is groot dat u ons nog nooit ontmoet hebt. We zijn vogels en de meeste mensen kennen ons als Afrikaanse grondneushoornvogels of kafferhoornraven.
We hebben niet alleen een opvallend uiterlijk maar er zijn nog meer interessante feiten over ons te vermelden waarvan we u graag deelgenoot zouden maken. We brengen bijvoorbeeld, zoals onze naam al doet vermoeden, veel van onze tijd op de grond door. Qua grootte komen we enigszins overeen met de kalkoen, en net als de kalkoen vliegen we eigenlijk niet zo veel.
Met onze aparte, logge waggelgang kuieren we in Midden- en Zuidoost-Afrika. Mochten we elkaar ooit ontmoeten, dan zou u ons feilloos herkennen aan onze scharlakenrode keelzakken en plekken rond de ogen en, natuurlijk, aan onze lange, schitterende wimpers!
Wij, grondneushoornvogels, krijgen niet veel jongen — gemiddeld brengen we er maar één in de zes jaar groot. In het broedseizoen zorgen onze mannetjes voor een flinke hoeveelheid droge bladeren voor de bekleding van onze nesten, meestal in holle bomen of rotsholen. Dan zorgen de vrouwtjes veertig dagen lang toegewijd voor de eieren. Samen met andere leden van onze familie haasten we ons af en aan om de ’aanstaande moeder’ doorlopend van wormen, larven en andere delicatessen te voorzien. We zijn allemaal dolblij wanneer de nieuwkomers, drie maanden nadat ze uit het ei gekomen zijn, het nest verlaten om zich bij de rest van onze familie te voegen.
We worden slechts langzaam volwassen — het duurt minstens zes jaar voordat we volgroeid zijn. En het kan nog langer duren voordat een van ons erin slaagt een eigen gezin te stichten. Uiteraard geeft het feit dat we lang leven (velen van ons worden dertig jaar) ons ruimschoots de tijd om onze genen aan andere generaties door te geven.
Zoals u kunt zien, onderhouden we nauwe familiebanden; we wonen en werken samen in groepjes van hooguit acht vogels. Elke familie opereert in een gebied van ongeveer honderd vierkante kilometer Afrikaanse savanne, bos- en grasland. In sommige delen van zuidelijk Afrika hebben we tegen de zeventig procent van ons woongebied verloren door landbouw en menselijke bewoning.
We beschermen ons terrein heel goed en doen geregeld de ronde langs onze grenzen. Het is niet de bedoeling dat we ons voedsel — slangen, larven, schildpadden en insekten — met anderen delen, zelfs niet met neushoornvogels van andere families. In onze agressiviteit om indringers op een afstand te houden, maken we ons soms belachelijk. Hoe? Wanneer we ons eigen spiegelbeeld in een ruit zien, lopen we vaak tegen het raam op omdat we het spiegelbeeld voor een indringer aanzien. Het is onvermijdelijk dat het raam de botsing met de lange harde snavel niet overleeft. Wegens de vele gebroken ruiten hebben sommige mensen metaalgaas voor hun ramen aangebracht, en daar zijn we hun heel dankbaar voor!
Helaas zijn er dodelijke gevaren waar we ons zorgen over maken. Sommige mensen verdringen ons uit ons woongebied. Anderen schieten op ons met geweren. Boeren leggen vaak vergiftigd aas neer voor jakhalzen en andere dieren die als ongewenst worden beschouwd. Maar hoe moeten wij weten of het vergiftigd is? Kennelijk om ons te beschermen begraven de boeren het vergif soms. Maar omdat we meestal met onze lange snavel naar voedsel graven, graven we zogezegd ons eigen graf als we vergiftigd voedsel opgraven.
Sommige mensen doen hun best om ons tegen deze gevaren te beschermen. We hopen dat we niet de weg zullen gaan van die andere vogel, de dodo, die uitgestorven is. Mocht u dus ooit bij ons in de buurt zijn en onze brullende roep, doe-doe-doedoedoe doe-doe-doedoedoe, horen, kijk dan naar ons uit. We zullen met onze lange wimpers knipperen en u welkom heten in het rijk van de grondneushoornvogel.”