De Zwarte Dood was niet het einde
IN OKTOBER 1347 voeren handelsschepen uit het Oosten de haven van het Siciliaanse Messina binnen. Aan de riemen zaten zieke en stervende mannen. Hun lichamen vertoonden donkere zwellingen ter grootte van eieren, waaruit bloed en pus kwam. De zeelieden leden hevige pijn en stierven binnen enkele dagen na het verschijnen van de eerste symptomen.
Ratten van de schepen repten zich om aansluiting te zoeken bij de plaatselijke knaagdierpopulatie. De ratten droegen vlooien mee die besmet waren met een voor mensen dodelijke bacil. Zo verbreidde zich de epidemische ziekte die men de pest noemt, de Zwarte Dood, de ergste pestilentie in de Europese geschiedenis tot op die tijd.
De pest nam twee vormen aan. De ene vorm, overgebracht door de beet van een besmette vlo, verspreidde zich via de bloedbaan en veroorzaakte zwellingen en inwendige bloedingen. De tweede, op anderen overgedragen door hoesten of niezen, infecteerde de longen. Omdat beide vormen vertegenwoordigd waren, verbreidde de ziekte zich snel en bijzonder meedogenloos. In slechts drie jaar tijd kostte ze een vierde van de bevolking van Europa het leven; mogelijk zijn er 25 miljoen mensen aan gestorven.
Niemand wist destijds hoe de ziekte van de ene mens op de andere overgebracht werd. Sommigen geloofden dat de lucht vergiftigd was, misschien door een aardbeving of een ongewone conjunctie van de planeten. Anderen dachten dat mensen al ziek werden door naar iemand die besmet was te kijken. Hoewel de meningen uiteenliepen, was de ziekte duidelijk uiterst besmettelijk. Een Franse arts merkte op dat het leek alsof één zieke „de hele wereld kon besmetten”.
Men wist niet hoe de ziekte voorkomen en genezen kon worden. Velen moesten denken aan bijbelse profetieën zoals die in Lukas 21:11, waar pestilenties in de tijd van het einde worden voorzegd. Hoewel het geld de kerken binnenstroomde, woedde de pest voort. Een Italiaan schreef destijds: „Geen enkele kerkklok luidde en niemand vergoot een traan, hoe groot het verlies ook was dat hij had geleden, omdat vrijwel iedereen in afwachting van de dood leefde . . . de mensen zeiden en geloofden: ’Dit is het einde van de wereld.’”
Het was echter niet het einde. Tegen het einde van de veertiende eeuw was die plaag uitgewoed. De wereld bleef bestaan.
[Illustratieverantwoording op blz. 3]
Archive Photos