Waar koersen wij op af?
STEL u eens voor dat u door een streek reist waar u nog nooit geweest bent. U had uw bestemming nu wel bereikt moeten hebben, maar de wegwijzers, de namen van de plaatsen en de oriëntatiepunten zijn niet die welke u verwachtte. ’Waar ben ik?’, vraagt u zich af. ’Rijd ik wel in de juiste richting?’
De huidige wereld verkeert in een soortgelijke verbijsterende situatie. De mens bevindt zich op vreemd terrein nu hij de maatschappij op ongekende schaal achteruit ziet gaan. Gezien alle vooruitgang in wetenschap en techniek zouden wij nu toch een betere wereld moeten hebben. In Great Ages of Man merkt de redacteur, Russell Bourne, op dat pas in de twintigste eeuw „het oude ideaal van een wereldomvattende broederschap tot de praktische mogelijkheden is gaan behoren”.
Toch is die bestemming, „een wereldomvattende broederschap”, gemist. De beloofde oriëntatiepunten — economische zekerheid, voldoende voedsel, een betere gezondheid en een gelukkig gezinsleven — zijn nergens te vinden. „In veel opzichten”, wordt in het boek Milestones of History gezegd, „is de wetenschappelijke vooruitgang rechtstreeks dienstbaar gemaakt aan vernietiging en wreedheid.”
Ja, de mensheid is thans verdwaald op onbekend terrein, ver uit de koers, ver van de vrede en zekerheid die men aan het begin van deze eeuw verwachtte. Velen informeren vandaag de dag dan ook: ’Hoe zijn wij in deze toestand verzeild geraakt? Waar koerst deze wereld op af? Leven wij in de laatste dagen?’
Om daarachter te komen, moeten wij eerst nagaan waar wij ons nu bevinden. Sommigen zeggen dat wij op de drempel van een nieuwe wereldorde staan; anderen zeggen dat wij ons op de rand van de ondergang bevinden. Net als een wegenkaart helpt de bijbel ons te bepalen waar wij precies zijn en in welke richting wij gaan.
Als u op reis bent, is het belangrijk op aanwijzingen te letten waaruit u kunt afleiden waar u zich bevindt. In dezelfde zin beschrijft de bijbel aspecten — wereldsituaties en manieren van denken en voelen — die kenmerkend zouden zijn voor een periode die als „de laatste dagen” wordt aangeduid (2 Timotheüs 3:1-5). Met deze uitdrukking, „de laatste dagen”, wordt niet het einde van de letterlijke hemel en aarde bedoeld. Ze duidt veeleer op „het besluit van het samenstel van dingen” of „de voleinding van de eeuw”, zoals één bijbelvertaling het zegt. — Mattheüs 24:3, Herziene Voorhoeve-uitgave, 1982 [Nieuwe Testament].
„Weet dit,” schreef de christelijke apostel Paulus, „dat er in de laatste dagen kritieke tijden zullen aanbreken, die moeilijk zijn door te komen” (2 Timotheüs 3:1). Toegegeven, het kan lijken of dit ook voor andere periodes in de geschiedenis opgaat. Ja, elke eeuw heeft haar portie lijden gekend.
Welke reden is er dan om te geloven dat deze woorden specifiek op onze tijd duiden?
[Illustratieverantwoording op blz. 3]
Tom Haley/Sipa Press