Is dit echt een vink?
VINKEN kent men in alle delen van de wereld. Ze leven op alle continenten met uitzondering van het ijzige Antarctica. Zelfs veel oceaaneilanden hebben hun vinkenpopulatie. En ze zijn meestal heel mooi. Neem als voorbeeld de Amerikaanse treursijs eens. Die „verlenen aan een open landschap een bijzondere levendigheid met hun opvallende, geel met zwarte verenkleed . . ., hun golvende vlucht over de onzichtbare heuvels en dalen van de lucht en hun welluidende ’slag’”. — Book of North American Birds.
Er is echter één vink die het met zijn opzienbarende schoonheid van alle andere wint — de circa dertien centimeter lange Goulds amadine, die in Noord-Australië wordt aangetroffen, bij voorkeur in eucalyptussavannen. Het kan zijn dat er in uw land een paar in vogelkooien gevangenzitten. Een encyclopedie vermeldt: „Dat heeft de afgelopen jaren bijgedragen tot een duidelijke afname.”
Vinken hebben een snavel die inwendig uitermate geschikt is voor het vasthouden en openbreken van zaden. „Elk zaadje wordt vastgeklemd in een speciale groef aan de zijkant van het gehemelte en gekraakt door de onderkaak ertegen te drukken. Het zaadhuisje wordt er dan afgepeld met behulp van de tong, waardoor de pit vrijkomt, die ingeslikt wordt” (Birds: Their Life, Their Ways, Their World). De Goulds amadine echter „balanceert in plaats van [de zaden] van de grond op te pikken, acrobatisch op de zaadhoofdjes of pikt de zaden eruit terwijl hij zich aan een nabije stengel vastklampt”. — The Illustrated Encyclopedia of Birds.
Mocht u ooit een Goulds amadine te zien krijgen, besef dan wat een voorrecht het is zo’n kleurrijke schepping waar te nemen in zo’n kleine vogel.
[Illustratie op blz. 31]
Goulds amadine
[Illustratie op blz. 31]
Treursijs