Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • g93 8/10 blz. 15
  • Jehovah’s Getuigen in gelijk gesteld in voogdijstrijd

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jehovah’s Getuigen in gelijk gesteld in voogdijstrijd
  • Ontwaakt! 1993
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom een internationaal gerechtshof in Europa?
    Ontwaakt! 1996
  • Vechten voor vrijheid van aanbidding
    Gods Koninkrijk regeert!
  • Jehovah’s Getuigen in Griekenland in het gelijk gesteld
    Ontwaakt! 1997
  • De voogdij — Mag religie daarbij in het geding komen?
    Ontwaakt! 1988
Meer weergeven
Ontwaakt! 1993
g93 8/10 blz. 15

Jehovah’s Getuigen in gelijk gesteld in voogdijstrijd

INGRID HOFFMANN heeft er sinds het midden van de jaren ’80 voor moeten strijden de voogdij over haar twee kinderen te behouden. Deze Oostenrijkse was geboren en grootgebracht in een rooms-katholiek gezin. Zij trouwde met een mede-katholiek en kreeg in 1980 een zoon en in 1982 een dochter. Maar in 1983 scheidde het echtpaar; beide ouders wilden de kinderen. De vader uitte de beschuldiging dat de religie van de moeder — zij was een Getuige van Jehovah geworden — de kinderen schade zou berokkenen en hen zou beroven van een normale, gezonde opvoeding. Hij noemde zaken als de weigering van de Getuigen bepaalde in zijn land gebruikelijke feestdagen te vieren en het feit dat zij zich onthouden van bloedtransfusies. — Handelingen 15:28, 29.

Deze schoonschijnende argumenten vermochten niet te overtuigen. Zowel de rechtbank als het hof van beroep verwierpen de beweringen van de vader en kenden de moeder de voogdij toe. In september 1986 herzag echter het Opperste Gerechtshof van Oostenrijk de uitspraak van het lagere rechtscollege. Er werd gesteld dat deze uitspraken in strijd waren geweest met de Oostenrijkse wet op de religieuze opvoeding, volgens welke wet katholiek-geboren kinderen katholiek opgevoed moeten worden. Het hof verklaarde ook dat het niet in het belang van de kinderen zou zijn hen als Jehovah’s Getuigen groot te laten brengen!

Welke mogelijkheden stonden Ingrid Hoffmann nog ter beschikking tegen zo’n flagrant religieus vooroordeel? In februari 1987 werd haar zaak aanhangig gemaakt bij de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens. Op 13 april 1992 legde deze commissie, die is samengesteld uit rechters die verscheidene landen van de Europese Gemeenschap vertegenwoordigen, de zaak voor een volledige behandeling voor aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Het Hof deed op 23 juni 1993 uitspraak. Er werd gesteld: „Het Europese Hof neemt daarom aan dat er inderdaad een verschil in behandeling is geweest en dat dat verschil er was op grond van de religie; deze conclusie wordt ondersteund door de geest en de bewoordingen van de overwegingen van het [Oostenrijkse] Opperste Gerechtshof ten aanzien van de praktische consequenties van de religie van klaagster. Zo’n verschil in behandeling is discriminatoir.” [Wij cursiveren.] Verder werd opgemerkt dat het Opperste Gerechtshof „de feiten anders beoordeelde dan de lagere rechtscolleges, wier redenering bovendien werd ondersteund door het oordeel van een deskundige op psychologisch gebied. In weerwil van alle mogelijke argumenten ten bewijze van het tegendeel, is een onderscheid dat in essentie gebaseerd is op louter een verschil in religie niet acceptabel.”

Met vijf tegen vier stemmen deden de rechters uitspraak ten gunste van Ingrid Hoffmann en tegen Oostenrijk, waarmee zij in feite te kennen gaven dat Oostenrijk haar had gediscrimineerd op grond van haar religie en haar recht had geschonden haar gezin groot te brengen. Bovendien werd haar met een stemmenverhouding van acht tegen één een schadevergoeding toegekend.

Deze opmerkelijke overwinning voor de vrijheid van godsdienst kwam slechts een maand na een andere in hetzelfde hof — de zaak Kokkinakis-Griekenland, waarin werd beslist dat Griekenland het recht had geschonden dat men heeft om Gods Woord van huis tot huis te onderwijzen. Mensen over de hele wereld die vrijheid liefhebben, verheugen zich wanneer zulke pogingen om de vrijheid van godsdienst te onderdrukken, worden verijdeld en persoonlijke rechten om God te aanbidden en een gezin in overeenstemming met bijbelse beginselen op te voeden, worden beschermd.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen