Religieuze verdraagzaamheid — 500 jaar later!
VIJFHONDERD jaar geleden zeilde Christophorus Columbus weg uit Spanje. Slechts één dag voor zijn vertrek verliet nog een vloot Spanje, met een andere bestemming. Columbus en zijn mannen, die nieuwe gebieden hadden ontdekt, keerden in triomf terug. Maar de andere reizigers verging het minder goed; zij zouden hun vaderland nooit terugzien.
Wie waren die mensen, en waarom waren zij uit hun land verbannen? Het waren Spaanse joden. Twee weken voordat Columbus voor zijn ontdekkingsreis koninklijke steun kreeg, hadden Ferdinand en Isabella, de Katholieke Koningen van Spanje, een edict uitgevaardigd waarbij alle joden uit Spanje werden verdreven, „om nooit weer terug te keren”. Zij beschuldigden de Spaanse joden van misdaden tegen het heilige katholieke geloof.
Dit edict kenmerkte samen met de pas ingestelde inquisitie het begin van een kruistocht om Spanje zuiver katholiek te maken. Een decennium na de verdrijving van de joden werden alle Moren die het islamitische geloof aanhingen ook verbannen. En de inquisitie maakte korte metten met ontluikende protestantse groeperingen. Columbus, instemming betuigend met de onverdraagzame geest van zijn koninklijke begunstigers, sprak over het weren van joden uit elk gebied dat hij zou ontdekken.
De geest van religieuze onverdraagzaamheid zegevierde in Spanje, tot in deze eeuw zelfs. Onder de dictatuur van Francisco Franco genoot alleen het katholieke geloof „officiële bescherming”. Velen die een ander geloof wensten te beoefenen, werden willekeurig gearresteerd. Jehovah’s Getuigen in Spanje werden gevangengezet op beschuldiging van aantasting van de geestelijke eenheid van Spanje. In 1959 gaf minister Camilo Alonso Vega de politie de opdracht het „uitroeien” van de activiteiten van de Getuigen voort te zetten. Gelukkig zijn de tijden veranderd.
Op 31 maart 1992 bezocht Juan Carlos, de huidige koning van Spanje, precies vijfhonderd jaar nadat zijn voorgangers het edict tot verbanning van de joden hadden getekend, een synagoge in Madrid in een symbolische ontmoeting van de Spaanse kroon met nakomelingen van die verbannen Spaanse joden.
„Wij hebben de bladzijde van onverdraagzaamheid in Spanje omgeslagen”, verklaarde de Spaanse minister van Justitie, Tomás de la Quadra Salcedo. Nu beoefenen joden, moslims en protestanten hun geloof zonder belemmering. En het geloof van Jehovah’s Getuigen is niet meer verboden. Madrid is in het trotse bezit van een nieuwe moskee en een synagoge en ook van het bijkantoor van Jehovah’s Getuigen in Spanje. De Getuigen, met meer dan 90.000 actieve leden, worden als de grootste niet-katholieke religie in Spanje beschouwd.
Zou u graag meer informatie over Jehovah’s Getuigen en hun geloof hebben, schrijf dan naar Wachttoren (Nederland), Noordbargerstraat 77, 7812 AA Emmen; voor België naar Wachttoren, Potaardestraat 60, B-1950 Kraainem; of naar een van de adressen op blz. 5.
[Illustratie op blz. 32]
Het Spaanse bijkantoor van het Wachttorengenootschap