Waarom veranderen?
WEINIGEN van ons geven graag toe dat zij opvallende zwakheden hebben. Hoe waar zijn de woorden van de Schotse dichter Robert Burns: „O, mocht toch een of andere macht ons de gave schenken onszelf te zien zoals anderen ons zien”! Ja, wij hebben er geen moeite mee fouten in anderen op te merken en staan misschien snel klaar met raad om hun te tonen hoe zij verbeteringen kunnen aanbrengen. Maar elke suggestie dat wíj ons gedrag moeten veranderen, vatten wij wellicht als een belediging op. Zou u erdoor beledigd zijn?
Laten wij even pauzeren en ons een beeld vormen van een volmaakte wereld waarin iedereen rein, gezond, gelukkig en eerlijk is; waarin zelfs degenen die autoriteit bekleden, vriendelijk en meelevend zijn en het belang van anderen op het oog hebben; een wereld zonder hebzucht, waar niemand zijn medemens uitbuit; waarin kinderen gehoorzaam zijn aan liefdevolle, zorgzame ouders; een wereld zonder woedeuitbarstingen — vrij van geweld, misdaad en immoraliteit; waarin mensen te vertrouwen zijn en een aangenaam karakter hebben; waarin iedereen met een gevoel van zekerheid en welbehagen van het leven kan genieten.
Kunt u zichzelf in dat beeld inpassen, als zo’n wereld, zo’n Utopia, ooit zou kunnen bestaan? Welnu, het goede nieuws uit de bijbel is dat er inderdaad binnenkort zo’n wereld op deze aarde komt. De belangrijke vraag is dus nu: Hebt u enige gedragskenmerken die u ongeschikt zouden maken om in zo’n idyllische gemeenschap thuis te horen? Hoeveel krachtsinspanningen, denkt u, zou het u waard zijn om voor leven in zo’n paradijs in aanmerking te komen? — Jesaja 65:17-25; 2 Petrus 3:13.
Zou uw leven er zelfs nu, voordat zo’n nieuwe wereld er is, op kunnen vooruitgaan als u iets aan uw gedrag en houding deed? Zo ja, waarom dan geen veranderingen aangebracht? Het is mogelijk. Bedenk dat uw gedrag in eerste instantie door specifieke invloeden bepaald en gevormd werd, dus door uw gedrag meer te beheersen en er meer in geïnteresseerd te zijn, kunt u het zelfs nu al omvormen.
Misschien werpt u toch nog tegen: ’Maar kan ik echt veranderen? Ik heb het al zo vaak geprobeerd en het is nooit gelukt. Ik ben gewoon zoals ik ben en daar is niets aan te doen!’
Neem Paulus, een apostel van Jezus Christus, eens (Romeinen 7:18-21). Paulus veranderde van een gewelddadige, zelfrechtvaardige christenvervolger in een christen. Hij veranderde omdat hij dat echt wilde. Hij gaf het niet op vanwege erfelijke factoren of omdat hij wel eens een terugval had. Hij geloofde niet dat zijn oude persoonlijkheid onveranderlijk was, als in beton gegoten. Hij moest zich krachtig inspannen. Maar hij kreeg veel hulp. — Galaten 1:13-16.
Waar kwam deze hulp vandaan?